DE FOTO HIERBOVEN IS GEMAAKT OP DE RECEPTIE TGV. HET KAMPIOENSCHAP 1973-1974.
U ZIET LEO MET ECHTGENOTE ILSE EN RECHTS RAGNAR DONKER.
In deze tijd valt er weinig over het actuele voetbal te melden, want de boel ligt stil namelijk. Daarom is dit een mooi moment om iets uit ons roemruchte verleden te vertellen. We grijpen terug naar de jaren ‘70 van de vorige eeuw en wie zou hierover beter kunnen vertellen dan, juist ja, Leo Vos. Geef hem drie foto’s en je hebt een mooi verhaal. Leo trapt af.
De man van de archieffoto’s Jan Laffeber had nog wat bewijsmateriaal uit het verleden opgediept en Jim Goudman vroeg mij of ik daar nog iets zinnigs over wist te vertellen omdat ik er toevallig op voorkwam.
Foto’s uit de vorige eeuw en dan moet je altijd oppassen dat het verhaal niet beter wordt dan de werkelijkheid was. De realiteit was toen wel dat het gros van het team van de vierde klas naar de eerste klas promoveerde d.m.v. drie kampioenschappen. Periodetitels kende men niet. Het was gaan voor het kampioenschap of je wapenen tegen degradatie. Als je voor beiden niet meer in aanmerking kwam speelde je dat seizoen voor zoete koek. Bovendien kreeg je maar twee punten voor een gewonnen wedstrijd en mocht er teruggespeeld worden op de keeper die zelden handschoenen droeg, al moet ik zeggen dat de bal toen veel sneller in het spel kwam dan tegenwoordig. Dit viel mij op met al die huidige herhalingen op tv. Drie maal kampioen worden is een feit en dat hoef ik niet mooier te brengen. Hooguit nog vertellen dat we in die tijd ook de amateurbeker van Nederland wonnen. Als je een bekercompetitie wilt winnen moet je noodzakelijker wijze alle wedstrijden winnen. Daar ontkom je niet aan. We speelden niet altijd de pannen van het dak maar de voetbalintelligentie en winnaarsmentaliteit waren wel aanwezig. Al moest het soms na een verlenging of elfmeters gebeuren. Het leukste van die toen hoogste klasse was dat je bij uitwedstrijden vaak je paspoort moest meenemen. Dat de buschauffeur in Friesland de weg vroeg en zei: “Ik heb net gevraagd hoe we moeten rijden en ik kreeg keurig antwoord, maar nu moet ik toch nog zoeken want ik heb ze niet kunnen verstaan.”
Soms duurde de terugreis zo lang dat zelfs spelers onze voorzitter Teun Hagendijk voor zijn deur horizontaal de bus hebben uitgedragen en op de driezitsbank gelegd hebben. Waarom? Omdat hij al een poosje met zijn roes bezig was met zijn gebit als pochet in zijn colbert gestoken. Beerenburger en een hobbelende bus geeft vermaak en leed of andersom en aan elkaar.
De drie bijgevoegde foto’s waren tegen toen vermaarde tegenstanders. Nu wisten wij nooit van te voren of we de komende wedstrijd zouden winnen, wie wel, maar we begonnen gewoon aan de klus met het materiaal wat wij die middag tot onze beschikking hadden en keken nooit tegen een tegenstander op. Gelukkig liep dat vaak goed af.

Jaren ’70, IJ.V.V. De Zwervers – IJsselmeervogels, met links op de foto Leo Vos
IJsselmeervogels vond ik een leuke tegenstander om tegen te spelen. Dat vonden de spelers van die club ook van ons vertelden ze mij eens. Wij groeven ons nooit in en probeerden met technisch voetbal weerstand te bieden. Zij hadden naast techniek vooral ook veel snelheid en niet te vergeten hardheid. Wij hadden een middenveld van twee smurfen zoals Pierre ons noemde aangevuld met iemand met de benen van Catweazle (even goochelen) maar dan wel veel knapper en die zijn eerste sliding nu nog moet maken. In een uitwedstrijd kwam één van die sterke verdedigers Poem de Graaf door het centrum op en ik dacht hem niet te kunnen laten lopen. Ik gaf hem een gier en dat deed mij behoorlijk zeer. Toen hij na de vergeefse poging terugliep zei ik nog: “Sorry dat ik je raakte.” “Was er dan iets, ventje?”, zei hij vragend op een manier dat je nooit meer vergeet. IJsselmeervogels was toen ieder jaar de gedoodverfde kampioen en haalde de halve finale in de beker voor professionals na winst op AZ. Ze verloren de halve finale van FC Twente, toen een van de beste teams van Nederland. Onze wedstrijden tegen de palingboeren waren vaak close. Of we speelden gelijk of we verloren met een doelpunt verschil. In de derde klas kwamen we al ver in de beker door o.a. Quick Boys te verslaan en voor de halve finale met 0-1 te verliezen van IJsselmeervogels. Zelf was ik toen op familiebezoek op Curaçao. Dit had ik speciaal na het seizoen gepland, maar door die beker waren we onverwacht nog niet klaar. Dat IJsselmeervogels ons waardeerde bleek wel toen ze voltallig in Veenendaal bij de bekerfinale aanwezig waren. Zij hadden die middag ook kunnen gaan vissen. Had hun nog wat opgeleverd ook.

1976, Quick Boys – IJ.V.V. De Zwervers met Theo de Weerdt, Pierre Eyfferts en Leo Vos
De foto met Quick Boys: toch een keer of zeven tegen gespeeld en nooit verloren. Eenmaal gelijk. Wij speelden derde klas toen wij in Katwijk al van deze eersteklasser wonnen. Dat leverde ons een emmertje pas gevangen nieuwe haring op. Scheutig waren ze niet, want het zwemwater van de vis kwam er snel achteraan. Volgens de pers hadden zij ons onderschat maar zij wisten blijkbaar niet dat wij al een poosje een goed team hadden. Het veld van Quick Boys ligt in een kuil (door Duitsers gegraven?) tussen de duinen en door de zandgrond altijd bespeelbaar. Geweldige entourage. We speelden er eens onder leiding van de excentrieke scheidsrechter Bob Dammers. Hadden de tegenstander helemaal in de tang en zij kwamen niet over de middenlijn toen er van vier kanten grote herders honden het veld op kwamen rennen. Bob zette zijn klokje stil en maakte er een showtje van door achter zo’n hond aan te gaan. Het duurde vijf minuten voor ze opeens van het veld af waren. “Doen ze hier vaker als het moeilijk wordt.” werd er door Katwijk supporters onder het genot van een biertje gezegd. We kregen het na de consternatie nog best moeilijk om de overwinning veilig te stellen. De truc werkte dus wel.

IJ.V.V. De Zwervers – Zwart Wit ’28, met Ben van Dijk, Leo Vos, Hans van Neck en Joop v.d. Heuvel.
De derde foto was tegen concurrent Zwart-Wit ’28 in 1978 die het ook altijd moeilijk tegen ons had. Zwart-Wit ’28 is in de begin jaren zeventig meerdere keren landskampioen geweest en won driemaal de beker. Waarvan één toen zij op een dinsdagavond ons op eigen veld pas in de verlenging konden verslaan terwijl wij toen toch een paar klassen lager speelden. Ik had met een aantal spelers nog in de jeugd gespeeld. Dit team was niet meer zo goed. Ze stonden toen net boven ons maar hadden met de Wander brothers een ijzersterk verdedigend centrum. Wim Schouten, jaren trainer van de Zwervers, stond in het doel en verhaalde toen bij de club dat ik de enige Zwerver was die ooit tegen hem gescoord had. Een wonderbaarlijke kopbal tussen meerdere verdedigers in na een voorzet van Hans van Neck. Ik haalde de hoekvlag uit de grond, liep er zwaaiend mee naar de middenstip, alwaar de scheidsrechter zei: “Dit was leuk, maar breng hem nu maar terug naar waar hij vandaan kwam.” Men deed in die tijd niet zo moeilijk en keek niet op een paar minuten. Wim Schouten heeft na zijn verloren wedstrijd in de kleedkamer nog klappen gegeven (volgens overlevering) aan nummer 9, Harry Camijn. En Wim kennende, heb hem later als verzorger zijnde bij Zwart-Wit’28 meegemaakt, zal hij wel gelijk gehad hebben. De andere Zwart-Witter die mee sprong is Jack van de Berg, de huidige trainer van Barendrecht en IFC zondag. Met hem heb ik nog wel eens contact. Dat ik op twee foto’s in de verdediging te zien ben zal wel met de fotograaf te maken hebben gehad. Ik was daar alleen als het echt nodig was. Achterin konden ze zelf hun boontjes wel doppen.
Natuurlijk kan er weer een elftal ontstaan met een combinatie van jong en oud waarin alle verschillende kwaliteiten aanwezig zijn met een trainer die oog voor de zaak heeft. Al wordt door het vele lopen van vereniging naar vereniging van spelers, omdat elders het gras groener schijnt te zijn, die kans wel kleiner. Goede voetballers worden er nog steeds geboren. In mijn buurt woont een ventje van zes jaar waar alle grote clubs al achteraan zitten. Ik geniet sinds het virus ons leven vergalt van hem op Instagram. Zijn ouders hebben hem Xavi genoemd. Voorgevoel? Heb hem wel verteld dat hij goed met zijn rechterbeen moet oefenen. Voetballer blijf je altijd, zelfs al kun je niet meer lopen.
Leo Vos, 26 april 2020.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *